Categorie archief: Blog

De eerste recensies van F.E. sinds juni!

Zo fijn om al die leuke foto’s op Facebook te ontdekken!
F.E. reisde mee naar Brazilië, Las Vegas, Sidney… naar het strand, op de bergen, aan de meren!

Laat je overtuigen door deze verzameling #FEselfies en recensies!
F.E. is de moeite! 😉

PODCAST Boekvoorstelling roman F.E.

Pascale Pérard stelt F.E. voor 29

Voor zij die de tijd willen nemen om 45 minuten te luisteren naar de opname van de boekvoorstelling van ‘F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’, inlcuis sfeerbeelden van de avond.

19 juni 2018
Nottebohmzaal Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience Antwerpen
Boekvoorstelling: ‘F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’
Gastheer: Uitgeverij Van Halewijck en auteur Pascale Pérard
Welkomstwoord: Aline Lapeire, adjunct-uitgever Van Halewyck
Inleiding: Roel Daenen, Faro -Vlaams steunpunt cultureel erfgoed
Interview: Barbara De Munnynck, journalist – blog ‘This is how we read’
Fotografie: Winny Man
LINK naar podcast, klik hier.

Wil je enkel een fragment horen uit de roman, ga dan meteen naar minuut 29′ 19”.

 

1e #FEselfie is binnen! Lang leve de zomer!

Waar lees jij F.E.?
Net als in de zomer van 2015 kijk ik uit naar jullie leukste vakantiefoto’s waarin roman ‘F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’ in beeld komt.
Hierboven alvast de allereerste #FEselfie uit Wommelgem met dank aan B. Martens!

Hoe maak je jouw #FEselfie aan me bekend?
– Stuur de foto per mail
– Post hem op mijn facebook-auteurspagina en vermeld de tag #FEselfie
– Post hem op je eigen Instagram of andere social media en tag er dan zeker ook @auteurpascaleperard bij

In 2015 was er al de #AGselfie
Wil je weten waar mijn debuutroman ‘A.G. Verzilver-de tijd’ werd gelezen? Hieronder #AGselfies van over de héle wereld! 😉

 

 

Memorabele boekvoorstelling roman F.E.

Op dinsdag 19 juni vond in de prachtige Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek van Antwerpen, de boekvoorstelling van ‘F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’ plaats.

Na het welkomstwoord verzorgd door adjunct-uitgever Aline Lapeire, kregen we een warme en inspirerende inleiding over erfgoed van Roel Daenen (FARO). Vervolgens zorgde Barbara De Munnynck van This is how we read voor een pittig en uiterst geanimeerd interview met mij.
De avond ging voorbij in een zucht.
Uitgeverij van Halewyck en ikzelf danken alle gasten voor hun enthousiaste aanwezigheid. Samen met hen dronken we een glas op ‘F.E.’
Een memorabele avond die ik graag met jullie deel in deze fotogalerij. (fotografie: Winny Man)

 

Antwerpen, ik zie jou morgen!

Met veel ‘goesting’ opende ik deze ochtend de geschenkdoos die ik van lieve vrienden ontving, afgelopen dinsdag tijdens de boekvoorstelling van F.E. in de Erfgoedbibliotheek van Antwerpen.
Ik had zin in een krokant Antwerps Handje bij mijn kopje koffie. Ja, ik hou van zoet in de ochtend.
De vreugde kon niet op: onder het metalen deksel lonkte, van tussen de naar mij zwaaiende chocolade handjes, een flesje Elixir d’Anvers.
Dankjewel lieve vrienden voor dit Antwerps erfgoed waar ik gek op ben. Ik zal het drinken op jullie gezondheid en onze vriendschap!

Antwerpen, ik zie jou morgen, voor een gezellig praatje over Antwerpen, erfgoed, het belang van vriendschap en engagement, en over boeken schrijven.
Waar?

PASCALE PERARD SIGNEERT DERDE ROMAN
F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit

zaterdag 23 juni Meet & Greet
FNAC Antwerpen: 12u30-14u30
Standaard Boekhandel Schoenmarkt: 15u00-16u30

Help… 21 juni vandaag! De dagen korten weer in…

21 juni…. De dag die de frivole kunstenares en erfgenaam van een graaf, Céleste Walcourt-Descamps,  elk jaar opnieuw liever niet onder ogen ziet.
Céleste is slechts een fictief personage uit de spannende roman ‘F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’.
Maar wat doet 21 juni met u?
Ik kijk uit naar uw reacties.

Leve de zomer! Om dit te vieren krijgt u een fragmentje uit F.E. kado:
‘Ik ben gewend aan het voorkomend bloed bij oogchirurgie. Dat valt erg mee. Maar verder…’ Elderwereld schudt spijtig zijn hoofd.
Céleste kiest een luchtiger gespreksonderwerp. ‘Ik hou zo van de lente. De lente brengt de belofte dat er nog meer zon en warmte op komst is. Over drie dagen beginnen de dagen alweer te korten. Ik vind dat een vreselijk idee. Als u mij toestaat, trakteer ik u graag op een etentje, op een terrasje, in de stad. Ik voel me namelijk een beetje schuldig.’
Elderwereld vangt haar fragiele lach op. ‘U wilt gewoon profiteren van deze laatste drie lange lenteavonden’, zegt hij plagend.
Ze is verrast door zijn ontspannen gemoed.
‘Of misschien hou ik wel van uw “stout bloed”.’
Haar onbeteugelde reactie doet alarmlichten zwaaien in Elderwerelds geest.

 

Eerste Vlaamse schrijfster ontvangen in geheimzinnige wereld van mensuur

 

Roman F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’ – Pascale Pérard

Mijn derde roman ‘F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’ handelt over een befaamd oogchirurg die ontdekt hoe ver hij wil gaan voor de beloften die hij maakte,  aan anderen en aan zichzelf.

In dit spannende en meeslepende verhaal belicht ik vriendschap als een gemaakte belofte, een engagement. Er zijn weinig treffendere metaforen te vinden voor ijzersterke vriendschap dan de boeiende, eervolle en eeuwenoude wereld van Mensur.

Als eerste Vlaamse auteur onderzocht ik dit geheimzinnig erfgoed tot bij het hart van haar traditie: de studentenstad Jena, in het voormalige Oost-Duitsland, de magnifieke regio Thüringen.

Hoe ik aldaar ontvangen werd door gepassioneerde jonge studenten?
Hoeveel moed, kracht en stalen zenuwen het vraagt om een Partie te doorstaan?
Hoe intens de band tussen deze Coprsbroeders is?
Hoe dit alles past in een spannende roman die laveert tussen 1815 en 2015, tussen Antwerpen, Venetië en Thüringen?

Contacteer me voor een interview of lees F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’.

Hieronder krijgt u een fragment uit het boek kado:

Vittoria Trassini – Jena, 26 september 1994

Op de stoffige zolderkamer van studentenhuis Corps Thuringia Jena breekt het gelige licht van de luchters flauw door het rookgordijn heen. Een geheimzinnige schijn zweeft rond een dertigtal mannen, gekleed in pak of corpsvest. Allen met pet en lint. Alle aandacht is gericht op een groepje studenten dat een onhandig kleine arena heeft gevormd, centraal in de ruimte.
Francis, ook in zwart uniform met de rood-witte knopen, frunnikt aan zijn rood-wit-rood Füchse-lint dat hem voor de gelegenheid werd aangemeten. Hij geeft zijn ogen de kost vanaf de eerste rij staande toeschouwers rond het drukdoende groepje.
Met moeite kan hij zijn zenuwen bedwingen. Vandaag, amper twee dagen na zijn eerste kennismaking met de bizarre studentenvereniging van Oscar Abendroth, is hij getuige van een academisch duel, een mensuur. Al begrijpt hij niet waarom de eer hem en Alexander-Louis te beurt valt. Het gaat nota bene om een Partie die Oscar zelf zal vechten. Voortdurend valt de naam Nicolò Trassini. Soms met lichte vrees, soms met enige minachting, en heel af en toe met spot. Nicolò Trassini is Oscars tegenstander. Een Italiaan, vermoedt Francis.
Zijn donkere ogen, zijn teint en aristocratisch gekamde haar maken van hem een dandy die zo uit een film van Fellini gestapt kan zijn. Over zijn linkerkaak loopt een akelig litteken van zijn mondhoek tot zijn oor. Het is amper acht uur ’s morgens. Buiten is het al licht. Maar op de zolderkamer van het corpshuis van Thuringia lijkt de tijd nu slechts een abstract begrip.
De doordringende geur van tabak en mannenzweet die al langer door de zolder zweeft, krijgt plots een extra dimensie. Een toets chemische scherpte, om precies te zijn. Francis’ forse neusorgaan volgt de geur van het indringende goedje. Het onaangename luchtje blijkt afkomstig te zijn van een ontsmettingsmiddel dat twee jongemannen zorgvuldig uitstrijken op het lemmet van twee vlijmscherpe degens. Ze bewegen hun spons van de stompe punt tot het gevest van de Korbschläger.
‘Zijn de degens ontsmet, Testanten?’ hoort Francis Sebastian rustig informeren. Hij heeft de jongeman van Corps Thuringia meteen herkend, al oogt hij vandaag wat ontoegankelijk in zijn zwarte kevlarvest. Onder zijn arm klemt een groot masker van metaalgaas. In zijn rechterhand houdt hij een degen met de stompe punt neerwaarts gericht.
Sebastian is de jongeman die twee dagen eerder tijdens de Kneipe een gescheurd papiertje overhandigde aan een Saxonialid. Nu is hij de vertrouwenspersoon, de Sekundant van dienst, voor de mensuur die Oscar zo meteen aangaat, weet Francis. Hij staat ervan versteld dat het vakjargon nog vers in zijn geheugen ligt.
Oscar is zo attent geweest om hem en Alexander-Louis daags ervoor uitgebreid te informeren over de tradities van het corps. Een beetje te attent, vindt hij, maar zijn nieuwsgierigheid was te groot om het voorstel af te wenden. Op de eerste rij van toeschouwers is Alexander-Louis eindelijk naast zijn kameraad Francis komen staan.

‘Waar was je? Ze zijn de Paukanten in hun kledij aan het helpen. Spectaculair’, fluistert Francis. Alexander-Louis haalt zijn schouders op, alsof het moment hem amper raakt.
‘Ik keek wat rond. Zit die malle corpsjas jou ook zo ruim?’
‘Alex, we horen hier niet te zijn. Wees Oscar dankbaar en draag deze kledij met respect, verdomme.’ De plankenvloer kraakt onder hun schoenen. Het klepje van hun studentenpet is beslagen door hun adem.
Hun aandacht wordt gezogen naar het centrum, waar Oscar in een maliënkolder wordt geholpen. Terwijl hij in trance voor zich uit staart, bindt Sebastian hem een halsbescherming van dikke kevlar om de strot. Onder de oren wordt de stof dubbelgevouwen, waardoor Oscar nog amper zijn hoofd kan draaien.
Voor Nicolò Trassini wordt hetzelfde gedaan. Beide rechterarmen worden in een omvangrijke mouwbescherming geholpen en vastgegespt aan een handschoen. In de twee kampen ondersteunt een student de loodzwaar ogende arm waarmee zijn Paukant de Korbschläger vasthoudt, en maakt draaibewegingen met diens pols. Trassini heeft zijn ogen gesloten en lijkt zich mentaal voor te bereiden.
‘Met die jongeman wil je niet in de clinch gaan, Francis. Onthoud zijn naam. Hij is een Venetiaan van adel, een geneeskundige die uit luxe filosofie studeert hier bij jullie in Jena. Eerder studeerde hij in Regensburg, waar hij lid werd van Corps Franconia. Het ego van Nicolò Trassini krult nog meer dan zijn snor’, fluistert iemand hem in het oor. Francis herkent de stem. Het is de stem van een verteller. ‘Professor Müllendorf, wat een aangename verrassing.’ Hij draait zich naar de oude man toe, die de gelegenheid voor geen geld wil missen.
‘Dat jullie dit gebeuren achter gesloten deuren mogen bijwonen, dat is pas een échte verrassing. Daarenboven incognito, met een Füchse-lint, pet en corpsjas? Onbegrijpelijk. Maar het neemt niet weg dat ik het fijn vind jou weer te zien, Spefuchs Elderwereld. Weten jullie wat de taak van iedereen hier is?’ ‘Er is de Paukant, de Sekundant, de Schlepper, de Testant, iemand die alle slagen noteert, de Onpartijdige, Paukarzt’, somt Francis zelfverzekerd op. ‘Er werd fantastisch veel tijd in ons geïnvesteerd sinds onze ontmoeting van eergisteren, Alter Herr Müllendorf ’, voegt hij eraan toe. Magnus Müllendorf kan zijn waardering maar met moeite verbergen.
‘Het moet gezegd, ze weten hier van aanpakken!’ valt Alexander-Louis in. ‘Vrijdagavond staken we onze neus hier nietsvermoedend binnen voor een sympathieke cantus. De volgende ochtend werden we letterlijk uit ons bed gebeld en kregen we de hele mensuur in onze strot geduwd als ontbijt!’ Müllendorfs wenkbrauwen verspringen plots en verraden zijn verwondering.

(…)

Een houten opstapje wordt voor Oscars voeten geschoven. Stokkerig als een marionet stapt Oscar erop en komt op gelijke Ooghoogte met de rijzige Italiaan, op de lengte van een Korbschläger van elkaar verwijderd. Daar komt het woord ‘mensuur’ vandaan.
‘Mensuur’ betekent ‘meting’, weet Francis. Hun blik is uitermate ridderlijk. Hun vrije hand komt op de rug terecht.
Aan hun rechterkant positioneren zich hun respectieve Schleppers en Testanten. Aan hun linkerzijde verschijnt hun Sekundant, ook gewapend. De spanning in de scherp ruikende kamer stijgt wanneer de Onpartijdige dichter bij het midden komt staan. Hij vraagt om stilte, waarop Sebastian het woord neemt. Zijn zinnen volgen elkaar snel en toonloos op. Hij begroet iedereen officieel, stelt de twee partijen van het academisch gevecht voor, de Komments van de stad Jena, volgens welke er wordt gevochten, en de protocollaire woorden die hij zal gebruiken tijdens de Partie. Alexander-Louis wordt ongedurig. ‘Francis, ik heb me zonet even geïnformeerd… Die Nicolò Trassini is een vrij beruchte Italiaan die het nogal bont heeft gemaakt het afgelopen academiejaar. Zijn zusje, Vittoria, studeert samen met hem in Jena om haar hitsige broer onder controle te houden. Naar het schijnt is dat kind in staat om half Jena een erectie te bezorgen!’ grapt hij zo stil als hij kan. Francis heeft niet eens geluisterd. Al zijn aandacht gaat naar het rauwe en gedisciplineerde ritueel dat zich voor zijn ogen afspeelt. Het kan snel gaan, heeft hij begrepen, en toch wil hij elk detail ervan registreren. Binnen vijf minuten kan een hele Partie er met wat geluk op zitten, is hem verteld. Wie het eerst een significante snee, een ‘Schmiss’, bij de ander aanbrengt, maakt al vaak een einde aan het spel.
‘Silentium!’
‘Klaar? Hoog, alstublieft!’
Sebastian en de andere Sekundant spreken om beurt. De Schleppers brengen de armen van hun duellisten omhoog en dragen het volle gewicht van de degen nu over aan hun Paukant. In de lucht kruisen de degens elkaar en blijven zo onbeweeglijk mogelijk in die pose.
‘Start!’

Het vervolg lezen?

 

Europees Cultureel Erfgoedjaar 2018

Ministers Sven Gatz en Geert Bourgeois roepen het van de daken: ‘Samen met het Vlaamse erfgoedveld maken wij het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018’ .  Ik draag graag mijn erfgoedverhaal bij.

Van kindsbeen af  leeft in mij het bewuste besef dat alles vergankelijk was. Helaas nam ik vroegtijdig afscheid van meerdere familieleden die me nauw aan het hart lagen.  De ‘rimpeling’ waarover Irvin  D. Yalom schrijft in zijn boeiende boek ‘Tegen de zon inkijken’, is dan ook het verklarend begrip dat mij bewust en onbewust drijft om mijn kinderen op te voeden, om hen waarden en cultuur bij te brengen, om musea te bezoeken, om klassieke muziek te beluisteren…  U herkent het vast in uw eigen leven, de geruststelling en de tedere glimlach die wordt opgewekt bij sommige van uw handelingen die uw dierbaren u voordeden. Erfgoed maken we dus ook een beetje zelf, toch?

En precies daarom hecht ik veel aan cultureel erfgoed. Niets mooier en meer geruststellend dan de brug te mogen ervaren tussen het ‘nu’ en het ‘toen’.

Erfgoed klinkt niet bepaald ‘sexy’, vind ik. Toen ik in 2010 begeesterd raakte door een zilveren kunstwerk in ontwikkeling, kreeg ik de drang om een grote uitdaging aan te gaan.
Zilver, en vooral antiek zilver, doen opleven in een prikkelend, meeslepend en romantisch verhaal dat een breed publiek kon vervoeren.
Een leerrijk avontuur werd het, met veel research en studie, niet alleen over zilver maar ook over de traditie van truffeljagen, over Het Oordeel van Paris dat P.P. Rubens schilderde en over nog meer erfgoed dat me inspireerde.
In 2014 was het zo ver: ‘A.G.’ (argentum) werd geboren, niet alleen als debuutroman, maar ook als gedeponeerd langspeelfilmscenario en als kortfilm die een dubbele nominatie in de wacht sleepte in Nice. Niemand minder dan Axel Daeseleire, Lyne Renee, Rikkert Van Dijck, Door Van Boeckel, Jan Sobrie, Leo Madder en Ellen Verest engageerden zich voor dit project, dat met crowdfunding en de goodwill van meer dan 30 bedrijven en KASKA  gerealiseerd werd.
Niet alleen Faro en Klara pikten mijn roman, uitgegeven in eigen beheer, op.

En zie, in 2018, is ‘F.E.’ er.  Kon de uitdaging nog groter?
Ijzer als thema… ijzer sexy maken, Duits erfgoed onder de aandacht van een breed publiek brengen, het belang van Erasmusprojecten, de verbinding tussen Vlaanderen en Duitsland, de ridders van vandaag gaan vinden?
Wel ja, uitgeverij Van Halewyck zag er graten in. Meer over ‘F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’ lees je elders op deze website.

Dit jaar is het dus Europees Cultureel Erfgoedjaar en Vlaanderen roept u op om ook uw stempel te zetten.
De mijne ligt nu in de boekhandel!

Internationale bloeddonatie dag 14 juni

LIVE van in de donorstoel! Klik hier.

Promotie maken hoort er uiteraard bij nu mijn nieuwe roman
‘F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit’ in de boekhandel ligt!
Maar, maar, maar… als auteur inspireer ik graag anderen en bedacht zo een zinvolle daad die ik aan de lancering van F.E. kan koppelen. 
Op 14 juni is het #internationale bloeddonatie dag.
Von Goethe schreef: ‘Bloed is een speciaal sap.’

Wat Goethe en bloed te maken hebben met F.E., ontdek je zelf wel als je mijn nieuwe roman leest.

Wat ik wel graag verklap: een spannende beginscène speelt zich af in de bloedbank naast het UZA (fragmentje hieronder). En dus bracht ik ook een bezoekje aldaar. Zo raakt de fictie de realiteit!
Heb je nog nooit bloed gegeven? Zet net als ik de eerste stap!
Het valt best mee!
Meer info: www.rodekruis.be

MIJN LANCERINGS-ACTIE VOOR ROMAN F.E. EEN EED VAN IJZER EN BLOED VERBREEK JE NOOIT:
Maak tijdens je bloeddonatie de allerleukste selfie, post hem vòòr 30 juni  2018 op Facebook of Instagram @auteurpascaleperard en vermeld erbij: #FEselfie en #ikgeefbloed.

Zo win jij misschien een gesigneerd exemplaar van de nieuwe roman F.E. Een eed van ijzer en bloed verbreek je nooit.
Hieronder krijg je alvast een fragmentje uit het boek kado:

‘Zijn we hier alleen?’ vraagt hij een tikkeltje verbaasd. De dieprode
kleur van de tientallen ligstoelen grijpen hem genadeloos naar
de keel.
‘U gaf mijn grootvader een voorkeursbehandeling. Laat mij uw
bloeddonatie evenwaardig behandelen. Een beetje rust en anonimiteit
zult u wel appreciëren?’
Zonder hem iets te vragen tapt Céleste een bekertje mineraalwater
vol en biedt het hem aan.
‘Het was niet zo elegant van mij om u te chanteren, professor.’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Uw status als arts aanwenden om bloedzakjes ab negatief bij u
af te tappen. Ik heb een onethisch appel gedaan op uw verantwoordelijkheidsgevoel,
toch?’
‘Misschien is dat niet geheel de waarheid, mevrouw Walcourt-
Descamps.’