Tagarchief: Black Star

Het Requiem van David Bowie

unknown

10 JANUARI 2016… Of eerder de dag erna, is een datum die velen onder ons zich herinneren alsof hij gisteren plaatsvond.

Is Blackstar van David Bowie te vergelijken met het Requiem van Amadeus Mozart?
In mijn opinie schreven beide componisten hun bewuste muziek in een limbo tussen ‘het zijn’ en ‘niet zijn’,
levend, maar een nakende dood  verwachtend,
terwijl de omgeving die realiteit niet kon of mocht waarnemen.
Dat brengt hen in een ander universum, eenzaam en controlerend tegelijk.
En laten we eerlijk zijn, waren deze virtuozen sowieso al niet een tikkeltje buitenaards te noemen? Hoe zij met hun aftellende levensuren omgingen, vind ik dan ook zeer filosofisch.

En laten we nog openhartiger zijn: wie zijn wij allen, mensen?
Op zoek naar onze grenzen en het ‘Onbereikbare’, het ‘Ultieme’ immer nastrevend, zwevend ergens tussen Realiteit & Dromen, tussen wat we zien en ontkennen, het opslorpend begrip ‘Relativiteit’ ontwijkend in onze levensdans?

Op 11 januari 2016 staarde ik naar een blanco blad op mijn computerscherm. De inspiratie haperde.
Wat Google hier en Facebook daar, bracht me bij de ophefmakende nieuwsberichten dat David Bowie daags ervoor was overleden en dat Blackstar ons eigenlijk een beetje had weten te manipuleren in onze onwetendheid. Nothing’s what it seems…

En zo kreeg David Bowie diezelfde dag nog zijn plaats in ‘Het Oord’ en diens magisch-realistische setting… TO BE OR NOT TO BE (fragment onderaan).
Thank you David Bowie!
Ik tekende de macabere sfeer van Bowie’s overlijden op ter illustratie van de prangende vraag of de vijf personages wel ‘waren’ waar ze dachten te zijn.
Meer info over ‘Het Oord’

FRAGMENT UIT ‘HET OORD’

‛Een avant-gardist tot in de kist… Moedig, eigenwijs en immer streng voor zichzelf… Bedenk het maar!’ ging ik ongegeneerd verder. ‛De release-datum van een afscheidsalbum op een treinspoor in de woestijn zetten, en elke ochtend in een mist van pijn nog kunnen beoordelen hoever de track nog leidt, elke avond verplicht bij je ziel en lijf te rade gaan of het Afscheid niet onvoorzien mee de afgrond in zal rijden, dan wel als een ijzersterk statement keurig op de bestemming gedropt zal worden, zoals het in ’s mans bestaan wellicht altijd al gepland stond, op die scherpe rand tussen het leven en het vacuüm.’

Ik laste een korte pauze in, hoewel mijn poëtisch relaas niemand echt leek te storen. ‛Een neo-Mozart heeft ons verlaten met opgeheven hoofd… Voor zij die het willen begrijpen, liet hij niet enkel zijn ‘zwarte sterren’-album na… Maar een glimlach over alle begrijpbare dimensies heen…

Leven & Dood zou ieder mens met evenveel passie moeten inkleden, gecontroleerd en integer.’
Nu de confetti van nostalgie als oud nieuws op de grond was beland, betrapte ik de mannen op hun algemene onrust. Bowie had een tikkende klok in de arena gezet. Gingen we opstappen of blijven? Ons besef van tijd had een extra amplitude gekregen.